1. WAT ZIJN ONZE AANBEVELINGEN VOOR EEN EFFECTIEF ALCOHOLBELEID ?

De 'Three Best Buys' luiden als volgt:
1. Introduceer een minimum consumentenprijs per eenheid alcohol

 

Te goedkope alcohol stimuleert het bingedrinken bij jongeren en maakt het probleemdrinkers extra gemakkelijk dagelijks veel te drinken.

 

Supermarkten ‘bedienen’ deze risicogroepen door middel van het structureel aanbieden van bijvoorbeeld bepaalde biermerken als Pitt, Holger en AH Basic tegen zeer lage prijzen.

 

Met een doelgericht wettelijk vastgelegde minimumprijs voorkomt de overheid dat dergelijke goedkope dranken worden aangeboden. Een dergelijk beleid treft niet de matige drinker, die koopt andere merken drank.

 

De minimumprijs is dus een krachtig instrument dat de overheid in handen heeft om schadelijk alcoholgebruik terug te dringen. Het bespaart hoge gezondheidskosten en spaart levens.

 

Een minimum consumentenprijs is geen alternatief voor accijnsverhoging, maar wordt idealiter ernaast ingezet.

>> We adviseren de landelijke overheid om in navolging van o.m. Schotland en Canada een minimumprijs voor alcohol in te stellen.

2. Beperk de beschikbaarheid van alcohol

Hoe gemakkelijker alcohol beschikbaar is, des te meer er geconsumeerd wordt en des te omvangrijker de schadelijke gevolgen.

 

Maar ook andersom: een vermindering van de verkoopconcentratie leidt tot vermindering van zowel de consumptie als de schade (1). Recent onderzoek van het RIVM geeft ook inderdaad aan dat een minder wijdverspreide verkrijgbaarheid van alcohol in Nederland positieve maatschappelijke baten zal hebben (2).

Nederland telt nu, inclusief de verkoop via internet, zo’n 70.000 verkooppunten van alcohol. De Drank- en Horecawet kan als wettelijke instrument gehanteerd worden om te bereiken dat het aantal verkooppunten verder toe- of afneemt.

Adequate handhaving van de leeftijdsgrens van 18 jaar en een beperkt openingstijdenregime voor de commerciële en para commerciële horeca (sportkantines) dragen eveneens bij tot de noodzakelijke beperking van de beschikbaarheid van alcohol.

>> We doen een dringend beroep op de landelijke en lokale overheid en de politiek om zich in te spannen voor minder alcoholverkooppunten, een verbod op de verkoop van alcohol via internet, adequate handhaving van de alcoholleeftijdsgrens en beperking van de horeca-openingstijden.

 

 

 

3. Kopieer het succes van het tabaksbeleid en verbied alcoholreclame en -sponsoring

 

Alcoholproducenten hebben in Nederland een enorme vrijheid om hun producten op een aantrekkelijke wijze via alle beschikbare media te promoten.

 

Tal van studies hebben aangetoond dat het drinkgedrag van vooral jongeren wordt gestimuleerd door alcoholreclame via radio, tv en internet en via sponsoring van sport- en culturele evenementen.

 

De bestaande wettelijke regelgeving en de zelfregulering van de branche beschermen jongeren onvoldoende. Volgens de eerder genoemde RIVM-studie zal een reclameverbod in de media leiden tot een daling van het alcoholgebruik met naar schatting 4% (2).

 

Daarnaast mag op basis van tal van wetenschappelijke studies worden verwacht dat een reclameverbod ertoe leidt dat jongeren op latere leeftijd beginnen met alcoholgebruik. Het verbod op sponsoring door tabaksfabrikanten heeft geleerd dat zwaar door de tabaksbranche gesponsorde evenementen daarna nieuwe sponsoren hebben weten te vinden.

​​>> We adviseren de landelijke overheid om alcoholreclame en -sponsoring te verbieden. Artikel 2 van de Drank- en Horecawet kan voor wat betreft de reclame daarvoor de grondslag bieden.

Extra noot: Het Holland Huis dient bij de Olympische Spelen in 2020 te Tokio niet meer gefaciliteerd te worden door Heineken.

Ter ondersteuning en uitwerking van bovengenoemde aanbevelingen adviseren wij het volgende:
4. Laat publieke bewustwordingscampagnes een structureel onderdeel blijven van het nationale alcoholbeleid  

 

Het is belangrijk dat de hierboven genoemde kosteneffectieve maatregelen worden begeleid door publiekscampagnes om het draagvlak voor deze maatregelen te versterken. Publiekscampagnes kunnen ook de normen met betrekking tot alcoholgebruik in de huiselijke kring positief beïnvloeden.

 

Campagnes zoals ‘DRANK maakt meer kapot dan je lief is’, ‘Voorkom alcoholschade bij uw opgroeiende kind’ en ‘NIX18’, zijn daarvan voorbeelden; ze bereiken een groot publiek en vergroten tevens de kennis over alcohol en gezondheid.

Uit onderzoek weten we dat veel volwassenen meer drinken dan de Gezondheidsraad aanbeveelt. Mogelijk komt dat deels omdat mensen - onterecht – denken dat matig alcoholgebruik deel uitmaakt van een gezonde leefstijl. Ook om die reden zijn publiekscampagnes over alcohol noodzakelijk.

​​>> Landelijke en regionale bewustwordingscampagnes over alcohol dienen te worden gecontinueerd.

6. Onderzoek de ernst en omvang van de schade die drinkers anderen aandoen (‘lastdrinken’)

 

Onderzoek naar de nadelige gevolgen van alcoholgebruik houdt dikwijls geen rekening met de nadelige gevolgen voor de omgeving van de drinker: beschadiging van de foetus van zwangere vrouwen die blijven drinken, kinderen en partners van drinkers die de dupe zijn van huiselijk geweld, uitgaanders die slachtoffer worden van alcoholgerelateerd geweld op straat, bedrijven die schade ondervinden van werknemers met alcoholproblemen en onschuldige slachtoffers van rijden onder invloed.

 

Uit Australisch onderzoek naar ‘Alcohol’s harm to others’ (3) bleek dat de kosten van de schade die drinkers anderen aandoen niet minder te zijn dan de kosten voor de samenleving die de drinker zelf veroorzaakt.

De conclusie is dat de sociaal-maatschappelijke overlast en daarmee samenhangende kosten die alcoholgebruik veroorzaakt dikwijls worden onderschat. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat in de reeds vermelde recente kosten- en batenanalyse van het RIVM (2) wel de economische waarde van het geluksgevoel van de drinker becijferd is (het zogenaamde ‘consumentensurplus’), maar niet het ongeluksgevoel van de omgeving van de drinker en evenmin het ongeluksgevoel van de probleemdrinker.

 

Uit het onderzoek bleek dat alcoholgebruik de Nederlandse samenleving jaarlijks zo’n 2,6 miljard euro kost. Dit bedrag is aanmerkelijk lager dan de totaalsom van maatschappelijke schade die op ca. 8 miljard euro wordt geschat, omdat de onderzoekers hierop het profijt van de maatschappij (consumentensurplus, accijnzen, werkgelegenheid) in mindering hebben gebracht.

 

Daar staat echter tegenover dat de onderzoekers een aantal kostenposten als sociale ontwrichting, negatieve invloed op studieprestaties en kosten die nodig zijn om beleid te maken niet hebben meegenomen, omdat zij deze niet kunnen berekenen. Met name een kostenpost als ‘sociale ontwrichting’ zal naar onze mening niet veel onderdoen voor de opbrengstpost ‘consumentensurplus’.”

​​​​>> Er dient onderzoek plaats te vinden naar de gevolgen van het alcoholgebruik in Nederland voor de omgeving van de drinker. Ook de kosten daarvan dienen in beeld te worden gebracht.

8. Pas de Drank- en Horecawet zo aan dat de beschikbaarheid wordt beperkt en de handhaving wordt verbeterd

 

De Drank- en Horecawet wordt op dit moment door het ministerie van VWS geëvalueerd. Verwacht mag worden dat het ministerie eind dit jaar of begin 2017 met nieuwe voorstellen komt.

De ondertekenaars van dit manifest wensen dat de volgende adviezen daarbij in acht worden genomen, naast de adviezen die bovenstaand reeds zijn genoemd.

>> Handhaaf in de wet het bestaande onderscheid tussen zwak- alcoholhoudende en sterke drank en torn niet aan de leeftijdsgrens van 18 jaar en evenmin aan de verplichte ID-check.

>> Geen alcoholverkoop meer in de supermarkt en de levensmiddelenwinkel. Alcoholverkoop voor thuisgebruik dient uitsluitend mogelijk te zijn in de slijterij.

>>Terug naar één type horecavergunning. Dus niet zoals nu commerciële horeca en para-commerciële horeca en al helemaal geen winkelhoreca zoals in de blurring-gemeenten.

>> Stel aan alle alcoholverstrekkers dezelfde eisen. Tijdens openingstijden dient er altijd een gescreende, goed opgeleide leidinggevende aanwezig te zijn.

>> In de publieke ruimte moet het worden verboden dat alcohol door 18-plussers wordt verstrekt aan 18-minners (verbod op wederverstrekking).

>> Het toezicht op de naleving en de handhaving van de Drank- en Horecawet dient (behalve in de grote gemeenten) op regionaal niveau georganiseerd te worden.

5. Besteed extra aandacht aan kwetsbare jongeren en ouderen met alcoholproblemen   

 

Bingedrinken onder kwetsbare groepen kan op individueel niveau in diverse settings aangepakt worden via vroegsignalering en doorverwijzing. Hoewel er goede initiatieven zijn is hier nog een wereld te winnen. Bovendien staat het onderzoek naar effectieve individuele interventies nog in de kinderschoenen. Het bieden van kortdurende (zelfhulp)interventies is in elk geval een bewezen effectieve vorm van alcoholpreventie die in de zorg voor kwetsbare jongeren en voor de groeiende groep oudere probleemdrinkers ingezet kan worden.

 

De verslavingszorg dient te worden gefacilieerd om screening, vroeg-signalering en doorverwijzing ten behoeve van deze doelgroepen te kunnen intensiveren. Ook dient onderzoek naar effectiviteit van individuele interventies bevorderd te worden.

In navolging van België verdient het aanbeveling een landelijke en regionale campagne voor de doelgroep oudere probleemdrinkers op te zetten. Dergelijke campagnes moeten als doel hebben om schadelijk alcoholgebruik bij 55-plussers in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren, bespreekbaar te maken en de doelgroep de weg te wijzen naar (zelf)hulp.

​​>> Faciliteer de verslavingszorg en de jeugdgezondheidszorg zodat er meer aandacht komt voor alcoholproblemen bij kwetsbare jongeren en 55-plussers.

7. Ontwikkel landelijke richtlijnen voor de toezichts- en handhavingstaak van gemeenten

 

Er zijn (te) grote verschillen ontstaan met betrekking tot de wijze waarop gemeenten hun wettelijk taken in het kader van de Drank- en Horecawet uitvoeren. Van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) mag worden verlangd dat zij gemeenten actief ondersteunt bij de kwaliteitsontwikkeling van deze taken en het ontwikkelen van landelijke richtlijnen en protocollen stimuleert. In geval gemeenten de uitvoering van het medebewind onvoldoende serieus nemen moet het ministerie bereid zijn bestuurlijk in te grijpen, conform de regels van de Wet Revitalisering Generiek Toezicht.

 

Thans is actueel dat er een landelijk protocol komt voor het inzetten van jonge testkopers bij de handhaving. Nu wordt er door verschillende gemeenten hiermee geëxperimenteerd zonder dat er sprake is van landelijke afstemming.

Het verdient aanbeveling het toezicht en de handhaving (met uitzondering van de grote gemeenten) standaard regionaal in te richten. De onafhankelijkheid van het toezicht is dan beter geborgd. Ook voorkomt het dat toezichthouders bij de uitvoering van hun taak te gemakkelijk herkend worden en bevordert regionalisering de kwaliteit van het toezicht.

Het huidige Expertisecentrum Drank- en Horecawet dat gevestigd is bij het Trimbos-instituut dient door het ministerie van VWS beter geëquipeerd te worden. Er zijn meer middelen nodig om aanvullende specifieke juridische know-how over de Drank- en Horecawet mogelijk te maken.

​​​​>> Het landelijke en lokale alcoholbeleid kunnen niet los van elkaar worden gezien. Het ministerie van VWS wordt gevraagd in samenwerking met gemeenten en met de Nederlandse Vereniging van Drank- en Horecawet Inspecteurs (NVDI) duidelijke richtlijnen op te stellen voor het toezichts- en handhavingsbeleid met betrekking tot de Drank- en Horecawet.

9. Geef budget voor en stimuleer de beschikbaarheid van positieve alternatieven voor alcoholgebruik

 

Positieve alternatieven van alcoholgebruik zoals het IkPas-project, zijn interventies met een potentieel groot bereik. IkPas wordt op dit moment niet structureel gefinancierd, in tegenstelling tot bijv. Stoptober dat zich richt op tijdelijk stoppen met roken. Ook kan de overheid de beschikbaarheid van interessante alcoholvrije alternatieven stimuleren.

>> Voor onderzoek naar de effectiviteit en de promotie van alternatieven voor alcoholgebruik dienen extra overheidsbudgetten beschikbaar te komen.

10. Formuleer een nieuw nationaal alcoholbeleidsplan 

 

Het laatste nationale alcoholbeleidsplan van destijds de ministers Klink, Rouvoet en Ter Horst (Hoofdlijnenbrief alcoholbeleid) dateert van 2007. Inmiddels zijn er tal van nieuwe rapporten en data beschikbaar gekomen, zijn er vele nieuwe initiatieven ontplooid en zijn veel mensen, zoals de ondertekenaars van dit manifest, gemotiveerd om hun bijdrage aan de ontwikkeling van nieuw alcoholbeleid te leveren.

​​>> Formuleer voor de komende 4 jaar een nieuw nationaal alcoholbeleidsplan op basis van overvloedig beschikbare data en wetenschappelijke kennis.

BRONNEN:

 

1. R. Purshouse, A. Brennan, N. Latimer, Y. Meng, R. Rafia, R. Jackson and P.  Meier Modelling to assess the effectiveness and cost-effectiveness of public health related strategies and interventions to reduce alcohol attributable harm in England using the Sheffield Alcohol Policy Model version 2.0. Sheffield, University of Sheffield, 2009.

2. G.A. de Wit et al Maatschappelijke kosten-baten analyse van beleidsmaatregelen om alcoholgebruik te verminderen RIVM Rapport 2016-0133. Bilthoven, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2016.

3. http://fare.org.au/2015/02/the-hidden-harm-alcohols-impact-on-children-and-families/

Download hier de volledige versie van het Alcoholmanifest.

© 2016 by Alcoholmanifest. Proudly created with Wix.com.